5 veelgemaakte fouten bij het meten van uw bloedsuiker
Een bloedsuikermeting is eenvoudig. Teststrip in de glucosemeter, vinger prikken en een druppel bloed aanbrengen op de teststrip. Toch kunnen kleine fouten invloed hebben op de meting. Dat kan leiden tot verwarring, onnodige zorgen of zelfs verkeerde beslissingen over voeding, beweging of medicatie. Hieronder bespreken we 5 veelgemaakte fouten bij het meten van de bloedsuiker en hoe u deze kunt voorkomen.
Meten met vuile of natte handen
Een van de meest voorkomende oorzaken van afwijkende meetwaarden is het meten met handen die niet schoon zijn. Restjes fruit, suikerhoudende dranken, crème of andere stoffen op de huid kunnen de uitslag beïnvloeden. Was daarom altijd uw handen met water en zeep voordat u meet. Droog uw handen vervolgens goed af. Ook natte vingers kunnen de bloeddruppel verdunnen, waardoor de meetwaarde lager uitvalt dan daadwerkelijk het geval is. Heeft u geen mogelijkheid om uw handen te wassen? Dan is het verstandig om de eerste bloeddruppel weg te vegen en met een tweede druppel te meten.

Te weinig bloed gebruiken
Moderne glucosemeters hebben steeds minder bloed nodig, maar de teststrip moet wel voldoende gevuld worden. Wanneer er te weinig bloed wordt aangebracht, kan de meter een foutmelding geven of een onbetrouwbare uitslag tonen. Knijp niet overmatig in de vinger om extra bloed te verkrijgen. Hierdoor kan weefselvocht vrijkomen dat de meting beïnvloedt. Het helpt vaak om vooraf de handen te verwarmen of de hand even naar beneden te houden zodat het bloed beter naar de vingertoppen stroomt.
Verlopen of verkeerd bewaarde teststrips gebruiken
Teststrips zijn gevoelig voor vocht, warmte en lucht. Wanneer een potje te lang open heeft gestaan of de strips over de houdbaarheidsdatum zijn, kan dit invloed hebben op de nauwkeurigheid van de meting. Bewaar teststrips daarom altijd in de originele verpakking en sluit het potje direct na gebruik. Let ook op de houdbaarheidsdatum. Gebruik geen strips die zijn blootgesteld aan extreme temperaturen, bijvoorbeeld in een warme auto of direct zonlicht.
Op verschillende momenten meten en uitslagen vergelijken
Veel mensen schrikken wanneer twee metingen op één dag sterk verschillen. In werkelijkheid is het normaal dat de bloedsuiker gedurende de dag schommelt. Voeding, beweging, stress, ziekte en medicatie hebben allemaal invloed op de glucosewaarde. Een meting voor het ontbijt kan daarom aanzienlijk verschillen van een meting na de lunch. Vergelijk meetwaarden altijd met vergelijkbare meetmomenten. Een nuchtere meting kunt u bijvoorbeeld het beste vergelijken met andere nuchtere metingen.

Verwachten dat een glucosemeter hetzelfde meet als een lab
Geen enkele glucosemeter is honderd procent identiek aan een laboratoriumtest. Volgens internationale normen mag een glucosemeter binnen bepaalde marges afwijken van een laboratoriumuitslag. Dat is normaal en betekent niet dat de meter defect is. Ook 2 metingen die kort na elkaar worden uitgevoerd kunnen enig verschil laten zien. Dit komt doordat de bloedsuiker voortdurend verandert en doordat elke meting een kleine meetonzekerheid kent. Kijk daarom vooral naar trends en patronen in uw meetresultaten. Een losse uitslag zegt vaak minder dan een reeks metingen over een langere periode.
Twijfelt u aan een meetresultaat? Was dan eerst uw handen opnieuw en voer een tweede meting uit. Blijven de uitslagen sterk afwijken of passen ze niet bij hoe u zich voelt, neem dan contact op met uw arts of diabetesverpleegkundige.
