Hyper

Een hyper – of eigenlijk hyperglykemie – betekent dat de bloedsuiker te hoog is. Bij diabetes wordt meestal gesproken van een hyperglykemie wanneer de glucosewaarde boven 10 mmol/l uitkomt. Een hoge bloedsuiker kan tijdelijk voorkomen, maar ook langere tijd aanhouden.

Een hyper ontstaat doordat er te weinig insuline aanwezig is of doordat het lichaam minder goed reageert op insuline. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld door het eten van te veel koolhydraten, een vergeten insuline-injectie, stress, ziekte of te weinig beweging. Ook sommige medicijnen kunnen de bloedsuiker verhogen.

Klachten bij een hyper ontstaan vaak geleidelijk. Veel voorkomende symptomen zijn:

  • veel dorst
  • vaak plassen
  • vermoeidheid
  • hoofdpijn
  • wazig zien
  • een droge mond

Bij een langdurig hoge bloedsuiker kunnen misselijkheid en concentratieproblemen optreden. Zeer hoge waardes kunnen gevaarlijk worden, vooral bij diabetes type 1. Er kan dan ketoacidose ontstaan.

Een hyper kan worden vastgesteld door de bloedsuiker te meten met een glucosemeter of glucosesensor. Het is verstandig om bij klachten extra te meten. Vaak helpt het om voldoende water te drinken en eventueel extra insuline toe te dienen, uiteraard volgens het advies van arts of diabetesverpleegkundige.

Af en toe een hoge bloedsuiker is meestal niet direct gevaarlijk. Wel is het belangrijk om langdurige hypers te voorkomen. Een langdurig verhoogde bloedsuiker kan schade veroorzaken aan bloedvaten, ogen, nieren en zenuwen.