Het meten van uw bloedsuiker is een essentieel onderdeel van diabetesmanagement. Het geeft inzicht in hoe uw lichaam reageert op voeding, beweging en medicatie. Toch worden er vaak fouten gemaakt tijdens het meten, wat kan leiden tot onnauwkeurige resultaten, en daardoor mogelijk verkeerde beslissingen. In dit artikel bespreken we vier veelgemaakte fouten bij het meten van bloedsuiker, en hoe ze voorkomen kunnen worden.
1. Onjuiste handhygiëne
Veel mensen vergeten hun handen te wassen voordat ze een bloedsuikermeting uitvoeren. Resten van voedsel, suiker of andere stoffen op de vingers kunnen de meting verstoren. Dit kan tot verkeerde (onrealistische) resultaten leiden. Was voor een meting altijd de handen met warm water en zeep. Droog de handen goed af, want vocht kan de teststrip beschadigen. Geen water in de buurt? Gebruik dan een alcoholdoekje. Wacht met prikken tot de huid volledig droog is.
2. Het gebruik van een verkeerde teststrip
Het gebruik van teststrips die verlopen of beschadigd zijn kan onnauwkeurige resultaten opleveren. Controleer altijd de houdbaarheidsdatum van de teststrip. Bewaar strips op een droge, koele plek en voorkom blootstelling aan hitte of vocht.
3. Een ondiepe prik of verkeerde priklocatie
Als te oppervlakkig wordt geprikt, wordt vaak niet genoeg bloed verkregen om een goede meting te kunnen uitvoeren. Ook kan het steeds prikken op dezelfde plek leiden tot eeltvorming en daardoor minder nauwkeurige resultaten. Gebruik een prikpen met een instelbare diepte en kies de juiste instelling voor uw huidtype. Wissel regelmatig van priklocatie om eeltvorming te voorkomen. Goede plekken zijn de zijkanten van de vingertoppen. Vermijd prikken in koude handen; warm uw handen op door ze te wrijven of onder warm water te houden.
4. Geen rekening houden met tijdstip en omstandigheden
Bloedsuikerwaarden kunnen sterk worden beïnvloed door het tijdstip van meten en omstandigheden zoals stress, ziekte of medicijngebruik. Probeer op vaste tijden te meten, bijvoorbeeld nuchter, voor maaltijden en twee uur na maaltijden, om een goed overzicht te krijgen. Houd een logboek bij waarin u niet alleen de bloedsuikerwaarden noteert, maar ook relevante informatie zoals wat u hebt gegeten, of u ziek bent, en hoeveel u hebt bewogen. Bespreek afwijkende resultaten met uw zorgverlener om te bepalen of aanvullende stappen nodig zijn.
Neem de tijd om uw glucosemeter juist te gebruiken. Lees altijd eerst de bijsluiter door of kijk uitlegvideo’s (van de fabrikant) op Youtube. Voor vragen kunt u uiteraard contact opnemen. Ook met uw huisarts.
