Verschillende resultaten glucosemeting?

Verschillende resultaten bij glucosemetingen?

We krijgen regelmatig vragen over een verschil in glucosemetingen. Een glucosemeter kan om 10 uur in de morgen, een ander resultaat geven dan om 6 uur in de avond. Ook zullen twee glucosemeters naast elkaar een afwijking hebben. Dit is in principe geen enkel probleem. Zelfs wanneer u op hetzelfde tijdstip met dezelfde druppel bloed op twee meters zou meten, zou u een afwijking kunnen vinden. De meters zijn dan niet opeens onbetrouwbaar. Maar hoe zit dit precies?

Afwijking glucosemeters

Elke glucosemeter heeft een afwijking (spreiding), bij de meeste meters ligt deze op maximaal 15 procent van een referentiewaarde. Deze 15 procent is beschreven in het consensus document glucosemeters, dat in Nederland geldt als kwaliteitsreferentie. Hierin staat beschreven waar een glucosemeter aan moet voldoen om vergoed te worden door verzekeraars (ISO norm). Alle meters die u vindt op diabetesmagazijn.nl voldoen aan deze ISO norm. Ze wijken dus nooit meer dan 15 procent af van de referentiewaarde.

Bij lage glucosewaarden (glucose < 5,55 mmol/L) wordt de afwijking in absolute getallen gerekend: de absolute afwijking mag dan niet groter zijn dan 0,83 mmol/L.

Als de resultaten van twee bloedglucosemeters met elkaar worden vergeleken, gelden bovenstaande normen dus niet, omdat u niet weet wat de referentiewaarde is.

Vergelijken glucosemeters

Wanneer u glucosemetingen wilt vergelijken, moet u dat eigenlijk uitsluitend doen met laboratoriumonderzoek. Als u twee glucosemeters met elkaar vergelijkt kunnen ze namelijk allebei afwijken en dan weet u nog steeds niet welke afwijkt en hoeveel. Optimaal is als vergeleken wordt met een goed gedefinieerde referentiemethode. In de praktijk wordt volstaan met laboratoriumonderzoek.

Stel dat de referentiewaarde (een in het laboratorium gemeten waarde, in hetzelfde monster, op dezelfde tijd) een waarde van 10 mmol blijkt te hebben, dan mag een glucosemeter een waarde aangeven tussen 8,5 mmol en 11,5 mmol en dan is hij nog steeds correct.

De meter voldoet met bovenstaand rekenvoorbeeld aan de ISO norm en is dus betrouwbaar. Voor de behandeling is het van het grootste belang de insuline instelling van mensen met diabetes altijd te controleren met dezelfde meter. En het advies is ook om naar gemiddelden te kijken of metingen eens te herhalen, dus niet op basis van één meting direct conclusies te trekken.

Verschil in metingen komt voor. Maar dit ligt vrijwel nooit aan de meter. De oorzaken kunnen bijvoorbeeld worden gezocht in verschillende momenten van meting of strips die zijn blootgesteld aan vocht of licht. Als u twijfelt kunt proberen met controlevloeistof metingen uit te voeren maar het beste is dus om de meting te vergelijken met laboratoriumonderzoek.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Winkelwagen