Veelgestelde vragen

Hier vindt u de meest gestelde vragen. Staat uw vraag er niet tussen? Neem contact op via info@diabetesmagazijn.nl.

Hoe vaak meten?

De frequentie waarmee u uw bloedglucose meet hangt af van hoe vaak u insuline spuit. Artsen beginnen vaak met het vragen naar een dagcurve. Dit houdt in dat u op bepaalde tijden (iedere dag dezelfde tijd) uw glucose test en deze waardes bijhoudt. Veel glucosemeters hebben natuurlijk ook om die reden een geheugenfunctie. Zo kan een arts controleren of uw medicatie nog in orde is.

Spuit u één of tweemaal daags insuline dan is het vaak voldoende om eens in de paar weken een dagcurve te maken. Daarnaast zult u af en toe controleren of uw glucosewaarde te hoog of te laag is. Ook kan het interessant zijn de effecten van bijvoorbeeld voeding of beweging te meten. Bij voeding doet u dit door voor en anderhalf uur na het eten uw bloedsuiker te meten. Bij bewegen meet u ervoor, direct erna en eventueel twee uur na het bewegen. Mensen die meerdere keren per dag insuline spuiten of een insulinepomp hebben, krijgen het advies dagelijks een dagcurve te maken. Overleg met uw zorgprofessional wat het beste bij uw therapie past.

Vergoeding verzekering?

Diabeteshulpmiddelen zoals de glucosemeter, insulinepennen en teststrips komen voor vergoeding in aanmerking vanuit uw basisverzekering. Hoeveel u precies kunt declareren wisselt uiteraard per verzekeraar. In veel gevallen heeft u recht op 1 glucosemeter en 1 insulinepen per drie jaar. De teststrips krijgt u in de meeste gevallen vergoedt als u insulineafhankelijk bent. Het aantal strips dat u vergoed kan krijgen hangt af van hoe vaak u per dag insuline moet spuiten. Uw huisarts of diabetesverpleegkundige zal bij het uitschrijven van de verantwoording rekening houden met de vergoedingen van zorgverzekeraars.

Glucose meten met schone handen?

Met ongewassen handen is het mogelijk dat uw uitslag niet correct is. Een beetje suiker op uw vinger kan de testuitslag al beïnvloeden. Als u op het moment dat u moest testen uw handen niet kunt wassen kunt u het beste de eerste druppel afvegen en de tweede druppel pas gebruiken op uw teststrip.

Welke vinger prikken?

Uw duim en wijsvinger kunt u beter niet gebruiken voor het prikken. Deze vingers gebruikt u het vaakst bij het oppakken etc. De middelvinger, ringvinger en pink van uw beide handen zijn het meest geschikt. Prik niet bovenop uw vingertop. Dat is de plek waar de meeste tastzintuigen zitten waardoor deze plek gevoeliger is en pijnlijker is om in te prikken. De zijkanten van uw vingertoppen zijn wel geschikt. Om uw vingers niet teveel te belasten kunt u het beste iedere keer een andere vinger gebruiken en goed af te wisselen tussen de rechterkant en de linkerkant van elke vingertop.

Te kleine bloeddruppel?

Het eerste wat u kunt proberen is om de prikdiepte van uw prikpen dieper in te stellen. Het kan ook helpen om uw handen met warm water te wassen voor u prikt. U kunt ook van tevoren uw vingertop masseren of even uw arm langs uw lichaam laten hangen. Dit helpt om het bloed makkelijker naar buiten te laten komen. Het is belangrijk dat u niet op uw vingertop drukt om meer bloed naar buiten te krijgen. Er kan dan wat vocht uit het wondje mee naar buiten komen. Dit heeft gevolgen voor de uitslag op uw glucosemeter.